Wat doen immunoglobulinen met deze antigenen?
Immunoglobulinen binden zich aan een epitoop van het antigeen. Dit kan verschillende effecten hebben:
- Neutralisatie. Dit betekent dat de antistoffen aan bepaalde gedeeltes van het antigeen binden, waardoor het antigeen geen interacties met cellen of moleculen meer aan kan gaan. Het antigeen verliest hierdoor zijn werking. Dit gebeurt onder meer bij gifstoffen (bijvoorbeeld geproduceerd door bacteriën, zgn. exotoxines) of virussen.
- Opsonisatie. Door omringen van antigeen met antistoffen wordt fagocytose (het als het ware opeten van cellen) vergemakkelijkt. Dit komt omdat fagocyterende cellen receptoren bezitten voor het constante deel van immunoglobuline (Fc-receptoren).
- Het complementsysteem wordt geactiveerd. Dit leidt tot verbetering van de opsonisatie, omdat fagocyterende cellen ook complementreceptoren bezitten. Hierdoor wordt fagocytose nog verder vergemakkelijkt. Ook kan het binden van complement leiden tot directe vernietiging van het antigeen.
- Celgemedieerde cytotoxiciteit die afhankelijk is van antistoffen. Dit is ook wel bekend onder de Engelse afkorting ADCC, die staat voor antibody dependent cell-mediated cytotoxicity. Dit is vernietiging van het antigeen door NK-cellen. Deze cellen bezitten ook Fc-receptoren en door binding aan antistoffen geven zij bepaalde stoffen af die het antigeen doden.
De immunoglobulinen gaan deze antigenen of wel (afval) stoffen neutraliseren en
opsoniseren en dan worden deze via het lymfestelsel afgevoerd. Indien mogelijk
(wanneer de moleculen klein genoeg zijn) worden ze uitgescheiden via nieren,
longen, oren, ogen, huid, maar wanneer de moleculen te groot zijn en niet kunnen
worden uitgescheiden, dan worden deze (afval)stoffen opgeslagen (storage) op
plaatsen in het lichaam.
Deze opslag kan overal in het lichaam plaatsvinden, we noemen dit systemisch
storen: in lymfeknopen en lymfebanen, in gewrichtvloeistoffen zoals synoviale
vloeistof, in weefsels, in organen, in huid, in delen van het oog, in delen van de
midden en binnenoor, neus, holten en hersenen.
Alwaar deze antigenen of afvalstoffen systemisch worden opgeslagen, wordt zó
uw aandoening bepaald.
Zo kan het opslaan ervan leiden tot lymfe aandoeningen, zoals: opgezwollen
lymfeklieren en lymfeklier ontstekingen, vergrote mild (splenomegalie),
degeneratie van kraakbeen, artrose of artritis, cysten en tumoren, degeneratie
van eilandjes van Langerhans bij Diabetes Mellitus en demyelinisatie bij MS,
eczeem en psoriasis, cataracta, glaucoma en macula degeneratie MD, tinnitus en
doofheid, vertigo, menière, anosmie en rhinititis, sinuvitis en ADHD, bepaalde
vormen van autisme, Borderline en Schizofrenie.
Lees verder 18 -welke aandoeningen- en 20 -ziekten-
Terug naar het overzicht
