Wat is HLA?

Wat is HLA?

Humane leukocytenantigenen (HLA, Human Leukocyte Antigen) zijn antigenen die aanwezig zijn op alle lichaamscellen, behalve op de rode bloedcellen. De naam wordt ontleend aan de witte bloedcellen (leukocyten), omdat deze antigenen op die cellen als eerste ontdekt werden. Later bleek dus dat alle lichaamscellen HLA aan hun oppervlakte vertonen, behalve de rode bloedcellen.

HLA is de menselijke variant van het MHC en o.a. belangrijk bij de bepaling of een persoon als donor of ontvanger kan optreden voor een orgaan van een ander – de HLA-antigenen mogen hiervoor niet te veel verschillen. In de praktijk worden echter toch vaak organen met een ander HLA getransplanteerd omdat maat en beschikbaarheid zwaarder wegen (met andere woorden: het duurt te lang om op een perfecte HLA-match te wachten). Wel wordt geprobeerd het HLA-type van donor en ontvanger zoveel mogelijk af te laten stemmen, omdat dit de kans op langdurig succes van de transplantatie enorm vergroot. Bij een niet-perfecte HLA-match worden immunosuppressiva voorgeschreven om afstoting tegen te gaan (dit is dus eigenlijk altijd zo).

Daarnaast is van veel ziekten aangetoond dat het hebben van een bepaald HLA-type de kans op het ontwikkelen van die ziekte groter of kleiner maakt. Dragers van bepaalde HLA-typen zijn dan onder- of oververtegenwoordigd onder de lijders aan deze ziekte. Dit geldt bijvoorbeeld voor HLA-B27 en de Ziekte van Bechterev. Omdat het HLA-type erfelijk is, krijgt een dergelijke ziekte daardoor een duidelijke erfelijke component.

Op je HLA ligt dus een bepaalde erfelijkheid voor een bepaalde aandoening vast. Dit betekent volgens Medisynx dat op je HLA is vastgelegd waar je immuunsysteem bepaalde antigenen gaat opslaan (storen) in het systeem, zodat het uiteindelijk tot een vooraf genetisch bepaalde aandoening leidt.

De conclusie van Medisynx is dat langs de genetisch weg, het HLA, de plaats van opslag (storage) van de antistoffen is vastgelegd en zo derhalve dan ook de aandoening waar het toe zal gaan leiden. Lees verder bij -immunoglobulinen-

Het toedienen van immunosuppressieva, bij alimentaire geïnduceerde aandoeningen, is derhalve slechts symptoombestrijding of zelfs gecontraindiceerd. Immers de oorzaak is dan de voeding en deze voedingsmiddelen zouden geëlimineerd (weggelaten) dienen te worden.

Hippocrates stelde het al: “laat voeding uw medicijn zijn en uw medicijn uw voeding”