Het immuunsysteem van de mens
Naast het weren van virussen, bacteriën en parasieten wordt het immuunsysteem
ook wel ingezet om giffen en ook zieke lichaamscellen als kankercellen en
bepaalde foute of onverteerde voedingsmiddelen op te ruimen. Een
ziekteverwekker wordt ook wel pathogeen genoemd.
Het immuunsysteem kan worden onderverdeeld in een adaptief (verworven) en
een aspecifiek (aangeboren) deel. Het adaptieve deel past zich aan de pathogeen
aan, dit kost tijd, maar zal uiteindelijk een sterke afweer worden. Bovendien is het
lichaam daarna vaak langdurig beschermd tegen deze pathogeen.
Het aspecifieke (aangeboren) deel van je immuunsysteem (afweer) daarentegen
is direct werkzaam, maar minder specifiek voor de pathogeen en kan de afweer
soms maar weinig in gang zetten. Lees verder bij 7.1 - Je kunt de reactie van je
ouders en voorouders erven- .
Het adaptief (verworven) deel van je immuunsysteem (afweer). Lees verder bij 7.2
-je lichaam kan zelf zo een reactie opbouwen- .
Beide vormen van je immuunsysteem (afweer) bevatten zowel humorale als
cellulaire componenten. Humorale componenten zijn enzymen die zich in
vloeistoffen in het lichaam bevinden, bijvoorbeeld in het bloed. Humorale
componenten remmen zelf de pathogeen of activeren andere enzymen of cellen
die de pathogeen opruimen. Cellulaire componenten zijn cellen die werken voor
het immuunsysteem, zoals de witte bloedcellen.
De witte bloedcellen zijn cellen van het immuunsysteem die zich in het bloed of in
de lymfevloeistof bevinden en omvat cellen zowel uit het aspecifieke als het
adaptieve immuunsysteem. Fagocyten en lymfocyten zijn vrij bekende witte
bloedcellen. Fagocyten fagocyteren (Opnemen van de pathogenen in de cel door
blaasjes in het celmembraan te maken en zo de pathogeen te omgeven) de
pathogenen en breken ze af in lysosomen.
Elke cel of molecuul heeft specifieke structuren op het oppervlak (epitopen).
Lymfocyten ontwikkelen antistoffen specifiek voor epitopen op het vreemde
materiaal. Elk antistof is specifiek voor een antigen, een zo'n vreemde structuur.
Wanneer een antistof is gebonden aan zijn antigen wordt het vreemde materiaal
nog makkelijker als vreemd beschouwd en opgeruimd door fagocyten, bovendien
hindert de binding van antilichamen het functioneren van de pathogeen.
Het immuunsysteem is betrokken bij een groot deel van de bekende ziekten in
mensen en hogere diersoorten. Er is vrij veel over het immuunsysteem bekend, en
er zijn technieken ontwikkeld om het immuunsysteem te remmen, dan wel te
bevorderen. Ook worden antistoffen gebruikt in het laboratorium om kleine
stoffen te herkennen of binden.
Terug naar het overzicht
