Bovenkant menu

Home > Theorie en ontstaan van AGA's > Immunoglobulinen > ...Immunoglobuline G of afgekort IgG...

De belangrijkste immunoglobuline is Immunoglobuline G of afgekort IgG

Moleculaire oppervlak van IgG Moleculaire oppervlak van IgG

IgG wordt aangemaakt bij grotere hoeveelheden of bij een tweede contact met het antigeen. Het IgG-molecuul kan beschouwd worden als een typisch antistof. Binnen de lichte keten bevinden zich twee disulfidebruggen, één in het variabele gebied en één in het constante gebied. Er zijn vier van deze bruggen in de zware (?-)keten, die twee keer zo lang is als de lichte keten. Elke disulfideverbinding vormt een peptidelus van 60 tot 70 aminozuurresiduen; als de aminozuursequenties van deze lussen vergeleken worden, valt een grote mate van homologie op. Dit houd in dat elke immunoglobuline-peptideketen uit series van globulaire gebieden bestaat met een zeer gelijksoortige secundaire en tertiaire structuur (plooing). IgG is onder te verdelen in 4 subklassen: IgG1, IgG2, IgG3 en IgG4. De 4 subklassen van humaan IgG verschillen weinig van elkaar in de aminozuursequentie.

IgG

Het IgG is een vertraagd gemedieerde immunoglobuline. Dit betekent dat het niet direct reageert, maar kan tot wel 8 weken later een reactie of manifestatie geven. Een IgG reactie tegen een bepaald voedingsmiddel kan daarom niet eenvoudig herleid worden, je hebt geen idee welk voedingsmiddel de reactie en klacht veroorzaakt heeft. Dit is in tegenstelling tot het IgE, die wel direct gemedieerd is. Een IgE reactie voel je dan ook direct nadat je ermee in kontakt komt. Een IgE reactie noemen we een -allergie-. Een IgE reactie tegen voeding noemen we daarom ook een -voedingsallergie-.

Een IgG reactie tegen een voedingsmiddel noemen we een - voedingsincompatibiliteit- . Incompatibiliteit betekent letterlijk -het past niet-, jouw immuunsysteem wil dit voedingsmiddel niet accepteren.

In de wetenschap hebben we de term voedingsincompatibiliteit vastgelegd, om duidelijk te maken welk een reactie van het immuunsysteem het betreft*)

*) Nomenclature: Johansson SG, Hourihane JO, Bousquet J, Bruynzeel-Kooken C, Dreborg S, Haahtela T, et al. EAACI nomenclature task force, Allergy 2001,

Wanneer je dan gedurende langere tijd en/of in grotere hoeveelheden van zo een 'fout of verboden' voedingsmiddel eet of drinkt, waar tegen jouw IgG reageert, dan leidt dit tot bepaalde klachten en uiteindelijk tot een aandoening of ziekte. We noemen dit een alimentaire geïnduceerde aandoening.

IgG komt in grote hoeveelheid voor in het bloedplasma. Het is het belangrijkste antilichaam (antibody) van zowel de eerste (primaire) als de tweede (secondaire) reactie. IgG gaat via de placenta van moeder over naar het ongeboren kind (foetus), zo krijgt het kindje al voor de geboorte afweerstoffen binnen tegen gevaarlijke infecties en later ook via de eerste moedermelk (colostrum) tegen ziekten. Echter via de placenta gaan ook de IgG antilichamen tegen voedingsstoffen over van moeder naar kind. Zo verkrijgt het kindje al een incompatibiliteitsreactie tegen een bepaalde voedingsstof, nog voordat het geboren is en zelfs nog voordat het deze voedingsstof ooit heeft gegeten.

Een incompatibiliteit tegen een voedingsstof kan via het DNA verkregen worden van voorouders of 'aangeleerd' zijn. De 'aangeleerde' weg kan ontstaan wanneer een kindje te jong een bepaalde voedingsstof binnen krijgt en deze stof nog niet kan afbreken. Dit komt omdat de alvleesklier (pancreas) nog niet volledig ontwikkeld is en daarom het juiste enzym noch niet kan maken, om deze voedingsstof af kunnen te breken. Een voorbeeld is de stof lactose, lactose is een melksuiker dat in melk zit. Om lactose te kunnen afbreken ( 'in stukjes te knippen') moet het lichaam het enzym lactase maken. (de uitgang -ase- betekent enzym, die bij de voedingsstof hoort)

Dit enzym lactase 'knipt' de lactose in 2 delen, een deel galactose en een deel glucose. Galactose en glucose kan het lichaam opnemen via de darm.

Wanneer je lichaam nu tijdelijk of voor altijd onvoldoende of zelfs helemaal niet het enzym lactase kan aanmaken, dan kan het lactose niet 'knippen' en ontstaat er een groot probleem. Je wordt ziek.



Dit kan zijn omdat het kindje nog te jong is en nog geen of onvoldoende lactase kan maken, zo ontwikkelt het kindje een IgG incompatibiliteits reactie tegen lactose. Voor de rest van zijn of haar leven.

Eenmaal zo een stof, bijvoorbeeld lactose, te hebben gemarkeerd -getagd- met een vlaggetje (tag) erop, onthoudt het dit voor altijd en zo ontstaat er een incompatibiliteit tegen deze stof. Eenmaal "getagd"blijft "getagd".

Ook al kan het kind als het ouder wordt wel voldoende lactase aanmaken, het lichaam zal er altijd op blijven reageren. Lees verder ook bij 7. Ontstaan van AGA?

Een IgG incompatibiliteits reactie is alleen aan te tonen middels een uitgebreid specifiek en verfijnd haematologisch (bloed) onderzoek, zoals deze nochtans alleen door Medisynx wordt uitgevoerd.

Er wordt een speciale IgG gemaakt die vanaf het moment van 'taggen' altijd blijft zoeken na zo een 'getagde' voedingsstof, het antigeen. We noemen het IgG een anti-lichaam (antibody). Een anti-lichaam is een cel met een controlerende functie. Zo een anti-lichaam blijft levenslang uitkijken naar een bepaalde specifieke stof of voedingsstof.

En zodra het zo een stof of voedingsstof 'ziet' en "herkent'(detecteert), dan gaat het direct over tot actie.

Deze stof of voedingsstof moet worden afgebroken en afgevoerd of opgeslagen door macrofagen.

Macrofagen zijn een soort -pacmannetjes of happertjes- , die de onverteerde voedingsstof opeet en de restanten/afval wegbrengt naar buiten het lichaam (excretie).

De macrofagen proberen deze (voedings)stoffen weg te brengen via het lymfe systeem naar 'de deuren' van het lichaam. Maar deze 'deuren' zijn maar kleine deurtjes en zijn deze restanten (moleculen) te groot, dan kunnen ze er niet doorheen.

Je immuunsysteem gaat dan deze 'te grote' onverteerde voedingsstoffen dan maar zolang ergens 'opbergen' tot het op een later tijdstip wel tijd en energie heeft om het te gaan afbreken en definitief uit het lichaam uit te laten scheiden, dus naar buiten het lichaam te kunnen brengen.

Het 'opbergen' van deze onverteerde voedingstoffen vindt plaats op verschillende plekken in het lichaam, van top tot teen, via het lymfe gaat het naar weefsels, holten en gewrichten, van bindweefsel tot knieën, oren en ogen. En waar je IgG het 'tijdelijk' heenbrengt en opbergt, bepaalt welke aandoening je gaat ontwikkelen. Waar het immuunsysteem het gaat opbergen is mogelijk vastgelegd op je HLA. Lees verder bij 13.2 -Het HLA-

Berg je deze stoffen op in de lens van je oog, dan leidt dit uiteindelijk tot grauwe staar (Catarácta).

Maar berg je het op in de open kamer van het oog, dan leidt het uiteindelijk tot groene staar (Glaucoma). Berg je het op in het oor dan geeft dat in eerst instantie alleen meer oorsmeer (Cerumen), maar het kan uiteindelijk wel leiden tot tinnitus en doofheid.

Zo simpel kan de uitleg zijn.

Het IgG kan deze stoffen ook gaan opbergen in de huid, zo probeert het lichaam de onverteerde voedingsstoffen, de afvalstoffen via zweten uit te scheiden.

Zweten doen we echter alleen als het warm is, in een land met hogere temperaturen en bij een lage vochtigheidsgraad is zweten dan ook geen probleem. Maar in ons koude natte kikkerlandje, is het laten zweten van het lichaam niet zo eenvoudig.

Het lichaam zal dan de lichaamsthermostaat omhoog moeten zetten, zodat je gaat zweten. Zo kun je kleinere afvalstoffen uitscheiden. Grotere afvalstoffen zal niet lukken, die passen niet door de kleine 'deurtjes', de poriën in de huid en blijven resten van de afvalstoffen achter en leiden ze tot irritatie of zelfs tot ontstekingen in de verschillende lagen van de huid Zo ontstaan enkele huidziekten.

Soms horen we dat mensen met huidziekte soms beter af zijn in een warme klimaat. Dat klopt dus.

Lees verder in een van de volgende categoriën:

- Hoe ontstaat IgG reactie?
- Hoe hebben voorouders IgG reactie verkregen?
- Is IgG reactie voor altijd?
- Hoe worden IgG reacties bepaald?

Terug naar het overzicht